Peertjes schillen, maar verder heel laten. De schil van de citroen er in grote, dunne repen afschafen (bijvoorbeeld met een kaasschaaf of dunschiller).
Peertjes rechtop in een grote pan doen en het druivensap, een scheut diksap, 50 gram honing, citroenschil, pijpkaneel, laurierblad, kruidnagel en koek- en speculaaskruiden toevoegen. Als de peertjes niet helemaal onderstaan kan je aanvullen met water. Je kan ook een deel van het druivensap vervangen door rode wijn (fase 4-5).
De peertjes circa twee uur koken. Het laatste half uur de pan open zetten en het gas hoger, zodat ze roder worden en het sap inkookt. De peertejs voorzichitng in een schaal doen. Citroenschil, kaneel, laurierblad en kruidnagel verwijderen en het sap bij de peertjes schenken. Warm of koud serveren. Kan vantevoren worden gemaakt en later opgemaakt.